dinsdag 14 februari 2012

Het straatleven

Na vijf maanden vrijwilligerswerk op een straatkinderen project in Nairobi ben ik er afgelopen week pas echt achtergekomen wat een verandering het project maakt, maar vooral ook hoe ernstig het 'probleem' straatkinderen eigenlijk is. Vandaar dit bericht, niet om jullie iets voor hen te laten doen, dat kan niet zomaar, maar slechts om dit 'probleem' onder de aandacht te brengen. Neem even de tijd om het te lezen en vooral om het tot je te laten door dringen.
Foto's zijn er helaas niet, de mensen die op de straatleven houden niet van camera's. Daarnaast kunnen foto's en woorden het ook niet beschrijven, het zelf zien en beleven is het enige wat je echt kan raken. Toch een poging.
Zondag ben ik met een aantal brothers Nairoi in gegaan om de straatjongens daar te bezoeken. Wat ik daar heb gezien kan niemand, die het ooit eerder heeft gezien, zich voorstellen. Het heeft mijn kijk naar de jongens hier op het project totaal veranderd. En ondanks dat ik er geen woorden voor heb het te beschrijven, probeer ik het toch maar, want zoals ik al zei, weinig mensen weten hier echt van af en daar zou best eens verandering in mogen komen.
Om tien uur kwamen ik, mijn vader en de brothers die elke zondag de jongens opzoeken aan op een veld waar de jongens uit de buurt, soms toch een paar kilometer lopen, naar toe komen.
De eerste indruk. Een aantal jongens, veelste grote vuile kleren, vuile, al in geen tijden gewassen gezichten, handen en voeten waar het schimmel bijna op te zien is met ogen die dwaas staan van het potje lijm dat aan hun lippen hangt waar ze elke ademhaling een shot van binnen krijgen. Jongens van vier, vijf, vijftien, twintig of zelfs dertig jaar oud. En hoe blij zijn ze als ze ons zien, maar vooral de voetbal die we hebben meegenomen. Die ene keer in de week dat ze even helemaal uit hun dak kunnen met een voetbal en zonder veel moeite te doen een paar sneetjes brood kunnen krijgen.
Maar niet alle jongens rennen naar de bal toe. Van de zestig jongens daar verzameld blijven er een stuk of twintig langs de kant, praten met de brothers en vooral ook de ' wazungu', de blanken, wij dus. En wat lachen die jongens veel. Een kind in Nederland, nieuwe schoenen, nette kleren, fris ruikend van de douche die morgen die boos is op zijn ouders omdat hij voor zijn verjaardag een legoschip heeft gekregen in plaats van de pirateneiland waar hij om vroeg. De jongens hier op het veld, zoals ik net al beschreef, oude of geen schoenen, oude, vieze kleren en stinkend naar de vuilnisbelt waar zij (letterlijk!) op leven, die stralen omdat er weer iemand aandacht aan ze geeft. Goud!
Hoewel praten met de jongens lastig is, het Engels is gebrekkig en door het lijmpotje aan hun lippen slaan ze soms echt wartaal uit, is het fantastisch om met een simpelgesprek (Hoi, hoi. Hoe gaat het? Goed. Wat is je naam?) een glimlach van oor tot oor te zien. En aan de andere kant is het verschrikkelijk hard om te bedenken hoe erg je je vergist hebt in het leven van de jongens op het project waar je dag in dag uit mee werkt.
Na het uitdelen van het brood is het weer tijd om te vertrekken, eerder dan normaal gesproken omdat de tijdplanning vandaag wat anders in elkaar zit. Op naar een sloppewijk, een van de 'bases' van de jongens.
Aangekomen in de sloppewijk kan ik mijn ogen niet geloven. In de buurt van mijn project heb ik al wel vaker een sloppewijk gezien. Maar daar woont iedereen tenminste in een soort van huis, of hebben ze in ieder geval een dak boven hun hoofd, dat is het Hilton in vergelijking met wat ik nu zie.
We parkeren de auto in de sloppewijk en gaan te voet een stukje verder. Het stinkt er, overal ligt afval en aan weerszijde, onder de flats voor de 'ietwat rijkere' wonen, liggen jongens, half op een kartonnen doos, half op de stenen, te slapen. We zoeken de jongens hier op omdat deze niet in staat zijn naar het open veld te komen. De drugs heeft ze op dit moment zo hard toegetakeld dat de meeste moeite hebben met staan. We lopen nog een stukje verder en daar zien we een jongen op een matras onder een mosquitonet liggen. Ziek, krijgen we te horen.
Na een klein rondje en heel wat moeizame gesprekken met de jongens lopen we terug naar de auto. Ondertussen komen er van de kant allerlei jongens op ons af om geld te vragen voor eten. Soms is het moeilijk, maar nee zeggen is het beste dat je kan doen. Uiteindelijk dan toch maar, van een gezin dat in een 'huisje' pinda's aan het inpakken waren, een zakje gekocht en uitgedeeld aan de jongens. Allemaal renden ze ernaar toe en de wazige gezichten kregen opnieuw een glimlach van oor tot oor, zo dankbaar. Opnieuw goud!
Vervolgens stapten we in de auto, snel de deur dichttrekkend, die jongens laten je niet zo gemakkelijk gaan. Ze willen elk kleine moment genieten van je aanwezigheid. En geschokt kijk ik nog even voor me uit, hoe iemand zo kan leven, hoe anderen, ik, in zulke luxe kunnen leven.
Verderop in de stad worden stappen we uit de auto en gaan verder lopen. Naar een grote markt waar opnieuw een aantal verzamelplekken zijn van de straatjongens. Ik zeg overigens steeds wel straatjongens maar, zoals al eerder gezegd, veel ervan zijn al geen jongens meer, mannen van twintig of dertig jaar en vrouwen, moeders met kleine kinderen.
Na een stukje, ogenuitkijkend, door de markt gelopen te hebben komen we bij het einde. Daar, op een berg afval van een meter hoog, op rotten eten, tussen de vliegen, zit weer een grote groep mensen. De tranen schieten me bijna in de ogen. Onvoorstelbaar. De brothers stappen de afval hoop op om wat praatjes te maken. Ik zou bijna niet durven op de vuilnishoop te stappen, maar bij het zien van twee baby's bij een moeder vergeet ik dat even.
Midden in de groep zit een jongen, tussen het rottende eten vandaan, bonen uit te zoeken, zijn avondeten voor vandaag, zoals hij zegt. Na een aantal gesprekken en glimlachen van oor tot oor is het weer tijd te gaan.
Het lijkt zo vreemd, we lijken niets te kunnen doen, geld geven helpt niet, eten geven, daar zijn er gewoon weg te veel voor, maar dat beetje aandacht geven betekend zo veel. Even laten zien dat je er bent, laten zien dat ook zij net zoveel meetellen als ik en jij. En dat betaald zoveel uit in de gezichten die van een wazige uitdrukking veranderen in een grote glimlach.
Natuurlijk is er voor een aantal van deze mensen nog hoop, door middel van ontwikkelingswerk en vooral projecten als hetgeen waar ik op werk. Maar voor een hoop is deze hulp al te laat, zij zijn verloren en zullen moeten accepteren dat ze de rest van hun leven op deze manier moeten verder leven. Geen hoop voor de toekomst, overleven van dag tot dag.
Een verhaal heeft me zwaar geraakt. Een jongen, John, ik schat hem een jaar of negen of tien jaar. De brothers vertelden mij dat hij al meer dan zes jaar op de straat leeft, moet je nagaan, op zijn derde door zijn ouders uit huis gezet en sindsdien het keiharde straatleven zien te overleven. Het project waar ik nu werk, Bosco Boys, heeft een hoop geprobeerd om hem van de straat af te halen. Toen hij een jaar of zes of zeven was heeft hij een tijdje hier op het project geleefd, geprobeerd het straatleven achter zich te laten, maar de nieuwe structuur kon hij niet aan en zo heeft hij vrijwillig besloten het project te verlaten. Het leven op de straat had hem op dat moment al zoveel aangetast dat hij niet meer zonder kon. Nu is hij dus een jaar of tien en hoop voor een betere toekomst is er niet. De rest van zijn leven zal hij op de straat zijn, totdat hij op een te jonge leeftijd het straatleven niet zal overleven; vermoord worden door politie, overlijden aan verschillende ziektes of de drugs die hem te veel wordt.
Zoals je ziet, het is niet met woorden te beschrijven. Toch hoop ik dat jullie een indruk hebben gekregen van de ernst van de situatie. Zoals ik al zei, iets eraan doen is onmogelijk, slechts het onder de aandacht brengen is te doen. Dus als het je heeft geraakt, als je de ernst van het 'probleem' inziet of met je eigen intenties, stuur het dan door en zorg dat dit niet in de doofpot terecht komt.
Bedankt!

zondag 22 januari 2012

Vakantie - deel 2

Zo, daar ben ik weer van een korte tussenstop. Waar waren we gebleven? O ja, kerst is net geweest, nu begint het kamp! Vervolgens oud en nieuw, dan nog wat nieuws; een overval en een Nederlandse middag. Nee nee, die beloofde verrassing ben ik niet vergeten! Ik kijk er al naar uit daarover te schrijven, maar jullie kennen mij zo onderhand al wel; ik houd wel van uitstellen. Dus benieuwd naar deze verrassing? Blijf dan vooral lezen!
Voor nu veel lees plezier!
Mijn eerste kerst ver van huis was dus afgelopen en vreemd genoeg heb ik mij er niet rot over gevoelt dat ik het niet thuis kon vieren. Maar wees maar niet te snel blij, oud en nieuw moest nog komen. Maar eerst was er december camp 2011.
Een schooljaar in Kenia bestaat uit drie perioden. Aan het eind van elke periode is er een vakantie van een maand en aan het eind van deze vakantie is er bijna een week lang een kamp voor alle studenten van de school. Dat betekend voor de ‘boarders’, de jongens die hier op het project wonen, maar ook voor de ‘dayscholars’, de leerlingen die nog thuis wonen maar elke dag op het project naar school gaan. In totaal, naar mijn schatting, toch zeker 400 leerlingen die een week lang hier op het project slapen, eten en spellen spelen. Al met al een drukke boel dus.
Dinsdag, aan het eind van de middag, begon het met een toespraak en het indelen van de teams. Samen met één van de brothers was ik, net als de andere vrijwilligers, teamassistent. De toespraak duurde natuurlijk, zoals altijd, ellendig lang. ‘Natuurlijk’ zeg ik, want ik ben er achter gekomen dat men in Afrika niet weet wanneer te stoppen. Een sportdag, leuk, maar na een hele ochtend in de felle fanatiek sporten is de middag niet veelbelovend meer (daar kom ik nog op terug!) en na een toespraak van 20 minuten met drie keer hetzelfde zeggen is het wel duidelijk wat je bedoelt. Die vierde, vijfde en zesde variant van je punt wordt dan wat overbodig en vermoeiend.
De groepen waren dus ingedeeld en supper begon en waar ik normaal de keuze heb tussen met de brothers in het salesianenhuis te eten of met de jongens aten was deze week elke maaltijd met de jongens. Geen probleem!  Elke groep kreeg zijn eigen pan met bonen en een plaat met ugali. En zo ging dat elke ochtend (brood & thee), middag (ugali & bonen) en avond (ugali & bonen). ’s Avonds was er een danscompetitie en vervolgens was het bedtijd.
De volgende ochtend begon vroeg. Wat is vroeg? Om zes uur, op het (overigens nog niet complete) basketbalveld met zijn allen ochtend gymnastiek. Is dat vroeg genoeg? Nou voor mij wel hoor! Dat was dan ook meteen de eerste en de laatste keer, want dat trek ik niet. Maar ik heb ooit eens van een wijze vrouw, wat zich menig maal mijn moeder noemt en wat ik dan ook maar geloof, geleerd dat je alles een keer moet proberen. Ik zal dat maar niet al te letterlijk nemen, maar dit keer heb ik toch braaf geluisterd!
Na het ontbijt begon het programma van die dag. Het exacte programma weet ik niet meer. Het was voornamelijk werken, het project op orde houden, en sporten. Daarnaast moest elke groep een cultureel item maken en instuderen voor het eind van de week en voor onze groep was dat een gedicht. Daarnaast was er op vrijdag een sportdag, op het terrein van Bosco Boys Town, de technische school van Don Bosco Nairobi. En zoals ik al heb gezegd, de morgen was leuk met verschillende sporten. Maar na 4 uur in de volle zon is het wel genoeg voor de middag. Daar kwam dus weer eens het feit kijken dat Afrikanen niet weten wanneer te stoppen. Tot de morgen was het leuk, perfect, maar de middag maakte het langdradig en ongelooflijk vermoeiend. Ach goed, ’s avonds hadden we lekker even tijd voor ons zelf en konden we vroeg naar bed.
Het grootste probleem van dit kamp was de organisatie. Het was gewoon slecht geregeld, er werd niet goed aan tijden gehouden en vaak wist zelfs de organisatie niet precies wat het volgende programma was. Jammer, ik heb er dus niet zoveel van kunnen genieten. Maar extra goed dus als het dan weer over is.
En dat einde was op zaterdagmiddag, 31 januari. Ja jullie lezen het goed, de laatste dag van het jaar. En het nieuwe jaar moet natuurlijk even goed ingeluid worden. In Nederland gebeurd dat voornamelijk met vuurwerk. Hier in Kenia wordt dat gedaan door middel van het verbranden van de oude man, ‘burning the old man’. Schrik niet, hier in Kenia doen ze soms gekke dingen (130 jongens met knuppels jagen op een dief, een schot op het project waar alle jongens op af komen om te kijken wie er schoot), maar dit is natuurlijk slechts symbolisch. Het gaat hier om het verbranden van alle slechte dingen die in het afgelopen jaar zijn gebeurd. En Kenia is Kenia niet, als hier niet een heel ritueel van wordt gemaakt, dit keer niet te lang!
Maar voor ‘burning the old man’ was er een kerkdienst. Na de dienst het, nog steeds niet afgemaakte, basketbalveld op en dansen. En als de voorbereidingen gedaan zijn, gaan de voorstelling beginnen. Drie mensen op een tafel, rondom hen de jongens verkleed als bewakers, dikke bewakers, dikke, vreemde bewakers. Geen idee wat ze allemaal zeiden deze 10 minuten, maar alles eromheen zag er geniaal uit, genoeg om bijna op de grond te liggen van het lachen. En dan rennen de bewakers weg en komen terug met een van de jongens, fors tegenstribbelend. Blijkbaar was dit de oude bok, de zondebok voor al het slechte afgelopen jaar. Er werden hem een hoop verwijten toegeschreeuwd en net op het moment dat hij, naar ik denk, berecht zou worden rent hij weg, de school uit, naar het voetbalveld.
Op het moment dat de oude man wegrent ontstaat er een enorm kabaal en iedereen probeert hem als eerste achterna te rennen. Dat werd dus een complete chaos. Maar een aantal valpartijen later stond iedereen dan op het voetbalveld rondom een houtenpop, de gevangen oude man die snel zou veranderen in een ‘burning man’.
Daar stonden we dan, donker, vrij weinig te zien, slechts de schim van de oude man. Plots, een hoop lawaai, een gat in de groep, iemand met vuur in zijn hand, rennen richting de oude man, een explosie, veel licht en een mooi vuur. Bij deze dan eindelijk; Happy new year voor iedereen die dit leest!
Verder met het volgende, basketbaltraining, want ja! Die zijn begonnen. Want er moet flink getraind worden voor de Jesus Cup, een groot toernooi op het project met teams vanuit heel Nairobi. Met vier andere basketbalteams willen wij natuurlijk wel de eerste plaats bemachtigen!
Er zijn nu in totaal elf hoge kwaliteit basketballen en een hoop shirts, met dank aan de Nederlandse Basketbal Bond (NBB). Geen sluikreclame, ik kan die naam best nog eens noemen, want ik en de jongens zijn de Nederlandse Basketbal Bond (NBB) ontzettend dankbaar! Nu zal ik stoppen met deze naam te noemen voordat ik toch daadwerkelijk wordt aangeklaagd voor het verlenen van sluikreclame aan de Nederlandse Basketbal Bond (NBB).
Goed, de shirts en de ballen zijn binnen en de trainingen konden beginnen op maandagochtend 9 januari met… Ja, dàààg, zo gemakkelijk gaat dat niet. Eerst nog even terug naar de avond daar voor, of eigenlijk deze zelfde ochtend. ’S Ochtends stond de father ons al op te wachten voor… uh… laten we zeggen een kopje koffie. Maar de uitnodiging voor dit kopje koffie was niet waar hij mee begon, nee.
Het lijkt hier allemaal wel veilig, een goed bewaakt huis met ijzeren spijlen voor de ramen, goede sloten, een hek rondom het huis. En inderdaad ons huis ziet er wel veilig uit, daar heb ik wel vertrouwen in. Maar het vrijwilligershuis in Langata is wat minder. IJzeren spijlen waar de jongens zelfs tussendoor kunnen, deuren die met een beetje kracht open zijn te breken, geen hek rondom het vrijwilligershuis en zelfs een hek met gaten erin rondom het gehele project. Maar dat is niet het enige. Langata huisvest jongens die net van de straat afkomen. Natuurlijk willen zij allemaal veranderen en doen ze hun ‘uiterste’ best om niet van het project afgekickt te worden. Maar de uitzondering maakt de regel, er zit wel eens een rotte appel tussen.
Wat ik dus probeer te zeggen, zondag avond 8 januari, rond het avondeten, is het huis van de vrijwilligers in Langata leeggeroofd. Niet zo lekkere binnenkomer voor de nieuwe week. Laptops weg, mobieltjes, camera’s, geld, creditcards. Laten we hopen dat de ‘gelukkige vinder’ er dan tenminste iets nuttigs mee doet.
Maar dit is niet het enige. Triest genoeg is waarschijnlijk één van de jongens op het project, misschien zelfs meer en hoogstwaarschijnlijk met hulp van buitenaf de schuldige. Maar probeer deze schuldige maar eens te vinden. Ook al weten de meeste jongens van het project die wel aan te wijzen, niemand verraden, wat ze op de straat leren, is moeilijk af te leren.
De dader is nooit gevonden en de gestolen spullen daarmee ook niet. Maar na twee weken is de rust wel weer terug gekeerd en ondanks dat de vrijwilligers het er in het begin moeilijk mee hadden om weer een leuke dag te maken voor de ‘mogelijke’ daders is het nu weer allemaal prima!:) En natuurlijk leer ik ook mijn lesje eruit, je kan niet voorzichtig genoeg zijn en, hoe triest het ook is, niemand volkomen vertrouwen.
Nou goed, dat incident is behandelt. Nu terug naar waar ik was gebleven. Laat me even denken. A ja, natuurlijk. Maandagochtend. De father kwam mij ophalen om, tijdens de schoolmars, de parade voor de Keniaanse vlag die elke ochtend wordt gedaan, het lint door te knippen. En aan het eind van de middag, als opening, ook nog een wedstrijd tussen de jongens, met mij als ‘coach’ en de brothers op het nieuwe…
Ja, inderdaad. Na anderhalve maand wachten is het dan eindelijk zover. Het resultaat is prima, ondanks een twijfeling onderweg. Er zaten nogal wat hobbels in, maar die zijn verholpen. En natuurlijk, dit is Afrika. Waar wij het in Nederland perfect zouden willen hebben voor dit geld, krijg je hier prima. Maar hé! Wie ben ik om er over te klagen? Zoals ik zei, het is prima, je kan er goed op spelen, een hele verbetering met wat het eerst was, maar bovenal, de jongens zijn er ontzettend blij mee en dat is uiteindelijk waarvoor het allemaal gedaan is, is het niet?
Een wedstrijd tussen de jongens, met mij als ‘coach’, en de brothers op het nieuwe Basketbalveld. Jawel, jawel. Met dank aan iedereen die mij gesponsord heeft! En natuurlijk krijgen jullie nog wat foto’s te zien, hier onder. Klik maar op de link!
Nogmaals ontzettend veel dank voor het basketbalveld iedereen!:)
En voor nu, tot de volgende blog!

Foto's:
Vakantie - deel 2
Alle albums

maandag 9 januari 2012

Vakantie - deel 1

Mijn vorige update, alweer meer dan een maand geleden, was lang. Te lang? Dan waarschuw ik jullie bij deze alvast, want in de afgelopen maand is er een hele hoop gebeurd. Ga er dus maar even lekker voorzitten, pak er een kop koffie bij, een koekje wellicht en geniet mee van mijn avontuur!
Het is bijna te veel om in één update te zetten en op dit moment weet ik dan ook nog niet of het wellicht in tweeën wordt gesplitst, we zullen zien! Laat mij eens denken wat we allemaal hebben gehad… Een bezoek van de Relikwie van Don Bosco, een tripje naar Mombasa met een stuk of 30 jongens, kerst, een kamp hier op het project, en oud en nieuw. Vergeet ik nog iets? Geen idee maar goed mogelijk!
Het begon dus met de Relikwie van Don Bosco. De vakantie was net officieel begonnen, maar alle jongens waren nog op het project. Want vrijdag 2 december was de Relikwie van Don Bosco, de overblijfselen van zijn rechter hand verstopt in een beeld van Don Bosco liggen in een glazenkist, gearriveerd in Kenia en voordat hij woensdag een week later weer zou vertrekken zou hij langs verschillende Don Bosco projecten in Kenia reizen. Zondag 4 december was er een uitgebreide dienst op het centrale Don Bosco compound van Oost-Afrika. Daar was de kans de kist aan te raken, voor mij niets speciaals, maar toch maar even gedaan, het is toch iets bijzonders wat je niet gauw weer mee maakt. Toen was de dienst, vanaf welk moment ik erachter ben gekomen dat Kenianen niet weten wanneer ze moeten stoppen. Een dienst van drie uur met een preek van toch bij drie kwartier is mij wel wat te veel. Ach, de hele dag duurde mij wat te lang, maar toch bijzonder om mee te maken. Maar dat was nog niet alles want, zoals jullie Sinterklaas vieren met een nep-heilige en nep-zwarte Pieten heb ik het gevierd met en échte heilige en heel wat meer échte zwarte Pieten. Want maandag 5 december kwam Don Bosco naar ons project. Na een stoet van zeker 20 minuten bereikte hij het project. Een ererondje rond het basketbalveld en direct door naar de kerk, waar hij ook weer een ereplaats kreeg. De dienst begon en heeft vervolgens tot een uur of 1 in de nacht geduurd. Zoals ik al zei, voor mij betekende het niet veel, maar het is wel erg bijzonder om te zien hoe de jongens, welke soms toch wel ongelooflijke etters lijken, zoveel kracht kunnen krijgen van deze Relikwie. Nogmaals, erg bijzonder om mee te maken en zeker iets dat ik nooit zal vergeten!
Goed, Don Bosco had het land weer verlaten en het was tijd voor een trip naar Mombasa. Zoals ik jullie in mijn vorige update heb verteld zijn hier op het project 8 teams, 4 seniors en 4 juniors, die door het jaar heen strijden om in december naar Mombasa te mogen. En zo vertrokken we dus donderdag 8 december in alle vroegte nog voor zonsopgang naar met de bus naar Mombasa. En na een busreis van zo’n tien uur kwamen we daar dan eindelijk aan. Een lege school, de jongens een lokaal, de vrouwelijke vrijwilligers een lokaal, en de rest van de staf een lokaal. Lokaal schoonmaken, matjes op de grond en met de bus vertrekken naar het strand. Want in Kenia is het om 5 uur ’s avonds nog warm genoeg om een lekkere duik in het water te nemen. En al is de zon niet warm genoeg, dan is het water dat wel. Afkoeling? Nee hoor, lekker badderen in een warm bad. En na een uurtje ultiem genot voor de jongens gingen we dan weer met de bus terug naar de school waar we sliepen. Daar hadden we een persoonlijke kok, een lerares die in de huisjes naast de school woonde en ik moet zeggen, het eten was vrij goed. Maar dan was het al weer vrij vroeg tijd voor een dutje want de volgende ochtend ging de wekker al weer vroeg om de hele dag van het strand te kunnen genieten. Het matras lag niet ideaal, maar goed genoeg om in slaap te vallen, al helemaal als je je bedenkt dat de jongens slechts op dunne rietenmatjes lagen.
De volgende ochtend kwam ik er al snel achter dat ik inderdaad in een tropisch gebied zat. Het krabben aan de muggenbulten wilde maar niet stoppen. Nou goed, om een uur of 8 vertrokken we dus naar het strand, ‘Pirate Beach’. Een prachtig strand, maar bij aankomst had ik geen idee waar de zee zich had verborgen. Ergens in de verte, 500 meter verderop, zag je wat bootjes liggen en dus wist je dat daar het water begon. Al snel bleek ook dat wij een van deze bootjes zouden gebruiken om te genieten van het koraalrif aan de kust. Helaas gingen we niet ver met de boot, maar ondanks dat zag het koraalrif er prachtig uit. En tussendoor nog even pauze nemen om met de jongens een potje rugby te spelen in het water. Fantastisch om te zien hoe die jongens kunnen genieten van in het water zijn.
Net voor de lunch kwamen we weer terug op het strand. Snel naar de bus om allemaal een half brood naar binnen te proppen en wat frisdrank om vervolgens ook snel weer terug het water in te kunnen. Nou, voor mij en Peter was dat water, of beter gezegd de zon, wel even genoeg. Want de zodra je je vingerafdruk in je schouders ziet staan weet je dat het genoeg is. En dus gingen we maar genieten van de verschillende kraampjes op het strand. Kraampjes, kraampjes… Meer tafeltjes van bij elkaar gesprokkeld hout met op elk tafeltje, bij elke verkoper, dezelfde vijf soorten hapjes. Chips, aardappels, casave, etc. Maar met name; kokosnoot. Nog nooit in mijn leven gegeten en dus moest ik het toch maar een keertje proberen. Gewapend met een van de jongens om een goede kokosnoot uit te kiezen gingen we naar het ‘kraampje’. Kokosnoot kopen, laten openen en drinken. Dat kokosnoot water, niet veel aan, schijnt goed te zijn voor je gezondheid. Teruggeven aan de verkoper en de kokos binnenin los laten maken om vervolgens te eten. En nondeju! Wat is dat lekker zeg! Bij dat kraampje waren we dus niet meer weg te slaan.
Rond zonsondergang was het tijd om terug te gaan, iedereen naar de bus en door drukke stad terug naar de school waar wij sliepen. En het eerste dat je dan wil is douchen. Douchen… ‘Is hier een douche?’ ‘Nee’ ‘Geen grappen, waar is de douche?’ ‘Daar’, wijzend naar een paar kranen. ‘En hier is een bak, voor het water.’ Vrij bizar om op die manier te moeten douchen, maar het gaat prima en toch ook wel leuk om dat een keer meegemaakt te hebben. Maar aangezien het zelfs in de nacht verstikkend warm is en het water ook niet al te koud, is er geen mogelijkheid voor afkoeling. Dat maakt het toch wel zwaar. Nou goed, het douchen was geweest, insmeren met antimuggenspul en weer met zijn allen eten. Zoals gezegd, prima eten.
En het was weer tijd om te gaan slapen. Nu hadden Peter en ik bedacht toch maar een mosquitonet boven onze matrassen op te hangen. Zo gezegd, zo gedaan, wie heeft er als kleuter nou geen forten gebouwd van matrassen, dekens, kussens, etc. Dat was prima hut. Maar slapen ging toch minder makkelijk dan gedacht. Het mosquitonet zat alleen over ons gezicht wat betekende dat we de rest van onze lichamen moesten afdekken met een deken. Moet je nagaan, een graad of 20/25 en dan nog onder een deken moeten liggen. Ik werd die volgende morgen inderdaad niet zo vrolijk wakker. Maar de mosquito’s hadden me niet aangeraakt, dat was dan weer meegenomen.
Ontbijten, met de bus naar het strand en weer het water in. Heerlijk, behalve dan dat die zon wel brand op die rode schouders en jongens die aan je schouders hangen werken niet echt als pijnstillers. Goed, het was toch wel erg gezellig in de ochtend, maar na de lunch was de zon te sterk om nog het water in te gaan. En dus lieten wij ons weer rondleiden langs de kraampjes door de jongens om af en toe eens wat nieuws uit te proberen. Deze dag was vrij veel hetzelfde als de dag ervoor. Heerlijk gezellig doen met de jongens, maar af en toe toch ook wel zwaar dat je geen momentje even helemaal voor jezelf hebt, geen afkoeling.
Goed, het einde van de dag was weer aangebroken, weer in de bus, weer in de file en thuis weer lekker douchen met een bak water, eten en dan toch maar eens bedenken dat onze hut wat aanpassingen nodig heeft. En met wat ingenieuze ideeën inderdaad een fantastisch kasteeltje in elkaar geflanst. Zie hiervoor de foto’s.
De nacht was een stuk beter, maar ook gelijk de laatste nacht. En ondanks dat ik het erg gezellig had gehad, was ik blij weer terug te gaan naar het project, naar mijn eigen huisje en mijn ‘eigen’ bed. Maar niet voordat we nog een eindeloze busreis moesten afleggen van opnieuw ruim 10 uur. Iedereen was moe en de helft van de vrijwilligers zelfs ziek vanwege de zon, ik moe genoeg om een aantal goede dutjes te doen. Op de helft van de toch stoppen voor lunch bij een moskee waar reizigers naar Mombasa gratis te eten kunnen krijgen. Indiaas eten, erg goed! Probeer alleen nóóit hun ‘pilipili mango’, want die is inderdaad ‘pilipili’. Rond een uur of zes kwamen we uiteindelijk weer aan op het project en daarmee was een mooi weekendje Mombasa ten einde. Een mooie ervaring, vooral vanwege de jongens, aan de stad zelf was, voor zover ik dat had gezien, niet veel meer bijzonders dan Nairobi. Meer Arabisch in tegenstelling tot het Westerse Nairobi.  
Dus dat was Mombasa, op naar het volgende punt in onze agenda; Kerst in Kenia.
Zoals iedereen weet, kerst was zondag 25 december. Maar het echte kerstgevoel start meestal al vrij snel na Sinterklaas. Dit gevoel kwam bij mij echter vrij laat. De week voor kerst was iedereen al druk bezig met versieringen ophangen, maar zaterdag, toen Peter en ik de hele dag vrij hadden genomen om ons huis een beetje te versieren, startte voor mij pas het echte kerstgevoel.
Kerst begon met, op kerstavond zaterdag 24 december, een holy mass (kerkdienst). Veel speciaals was hier niet aan, dat komt misschien doordat mijn interesse hiervoor niet erg hoog is, maar het was toch leuk en ook bijzonder om het een kier hier meegemaakt te hebben. Na de mass nodigde de vader ons (de vrijwilligers) uit een wijntje te drinken met de andere fathers. Dat werd een goed uurtje, wat de informele kant van de fathers liet zien. Ook dat is goed om mee te maken, om te zien dat zij niet alleen maar erg formeel en serieus zijn, maar dit ook los kunnen laten.
De volgende dag, eerste kerst dag, startte, zoals gewoonlijk, weer met een mass. Na de mass waren we opnieuw door de father uitgenodigd, dit keer om eerste kerstdag te vieren bij een priester ruim een uur van ons project vandaan. Daar was een zwembad, een goed restaurant en al met al een fantastische middag. Samen met de nieuwe priester werd de informele kant van father Sebastian nog meer zichtbaar. Het werd nu meer een vriend dan een priester, zoals ik dus al zei, erg fijn om zo met je ‘baas’(?) om te kunnen gaan!
Een paar uur aan het zwembad, een goede lunch en paar koude biertjes verder was het weer tijd om terug te gaan naar het project en voor te bereiden voor het kerstdiner. Op het project had één van de jongens een kerstmanpak weten te scoren. Ik, nog wetend van niets, wilde dit als grap aantrekken. Zo gezegd, zo gedaan. En daar liep ik dan als kerstman over het project. Wist ik veel dat dit pak bedoelt was om een klein showtje neer te zetten voor het kerstdiner. Ah fijn, je voelt hem al aankomen. Father zag mij lopen in het kerstmanpak en de pret was van zijn gezicht af te lezen toen hij zei dat ik dat showtje maar moest doen samen met ‘Santa Maria’, wat een van de andere vrijwilligers bleek. Met een doos koekjes in mijn hand en naar Santa Maria liep ik dan de dininghall in waar de jongens, begeleid door synthesizer en gitaar, kerstliedjes aan het zingen waren. En daar gingen we dan, dansend, springend en strooiend met koek en snoep door de dininghall. En al dacht ik van tevoren ‘waar ben ik aan begonnen!’ , was het eigenlijk wel heel erg leuk. Ik hoor het jullie denken ‘Foto’s! Foto’s’. Kalm, kalm. Onderaan mijn bericht vinden jullie de foto’sJ!
En na het kerstmanspektakel en het kerstdiner was deze tot nu toe fantastische dag nog niet afgelopen. Nee, het belangrijkste voor de jongens moest nog beginnen; de disco. En zoals altijd had ik verwachtingen voor deze disco. En zoals altijd werden deze verwachtingen keihard de grond ingeboord door de Afrikaanse alternatieven. Maar he? Wat heb ik te klagen? Altijd het zelfde wordt toch ook een keertje saai? Nee inderdaad, dit was geen disco zoals wij die in Nederland zouden hebben. Twee grote schijnwerpers op het, nog niet afgemaakte, basketbalveld, twee grote boxen en een staflid die als DJ alles maar aan elkaar improviseerde, was dit niet te vergelijken met de disco’s waar ik deze zomer met vrienden ben geweest. Maar het gevoel was prima! Vooral als je ziet hoe de jongens verdwijnen in gedachten als ze op de muziek aan het dansen zijn. De meest bizarre moves, hoe we ze in Nederland zouden noemen, maar he,don’t care wat anderen van je vinden, anderen vinden niks van hoe je danst. En dit laatste is een spirit waar we in Nederland nog eens wat van kunnen leren. Wees lekker jezelf, een ander doet dat ook!
Dat was dus het einde van mijn kerst hier in Kenia en dinsdag, de 27ste van december startte het kamp, bedoelt voor iedereen die hier in januari zou beginnen met school. Maar voor nu is het even genoeg voor deze update. Ik gun jullie de tijd dit tot jullie te laten doordringen en zal dringend een nieuwe update online zetten, met het kamp en natuurlijk oud en nieuw. Maar dat is niet alles, in mijn volgende update komt een erg speciale en vooral belangrijke toegift. Dus mis dat niet, en tot de volgende update!
Groetjes vanuit een warm, zonnig en zomers Nairobi!

Ps: De foto's van de vakantie
Pss: Alle fotoalbums tot nu toe

vrijdag 2 december 2011

Week 10

Mijn vorige update is alweer een ruime twee weken geleden en op dit moment zit ik in het midden van mijn elfde week hier op het project. En in deze twee weken is er alweer een hoop gebeurd; mijn moeder en Carolien zijn langs geweest, een groot feest als dank voor alle sponsors van het project, een flinke vooruitgang op het basketbalveld en de paniek van een mogelijk einde van mijn laptop. Ik zal hieronder overal wat dieper op ingaan en onderaan het bericht vinden jullie weer een nieuwe link naar de foto’s.
Ga er maar eens even goed voor zitten, want dit is een flink bericht!

Mijn vorige update was op maandag de veertiende, diezelfde avond kwamen mijn moeder en Carolien aan op het vliegveld. En jonge jonge jonge, wat keek ik daar naar uit! Terwijl ik bij de jongens in de Dining Hall net zat te genieten van mijn bordje ugali (een soort van polenta, zoals ik gister heb ontdekt!) met sukuma wiki kwam een van de brothers naar mij toe met de boodschap dat father op mij stond te wachten. Het was nog wat vroeg, ik had verwacht dat we pas 15 minuten later zouden vertrekken, maar ik kon niet wachten! Ik pakte mijn bord op, liep naar het washok, propte nog een paar laatste happen ugali in mijn mond, gooide de helft van mijn bord in de afvalbak (daar kom ik zo op terug!) en waste mijn handen. Met mijn mond nog vol rende ik naar de Gate waar father al stond te wachten. En daar gingen we, op weg naar een mooi weekje.

En een mooi weekje werd het zeker. Al houd ik mijzelf op één of andere manier steeds weer voor de gek met de onbewuste gedachte dat na deze week, na een skypegesprek of na wat dan ook, het weer helemaal goed is, het weer voelt alsof ik in Nederland zit, maar dat is natuurlijk niet zo en ook helemaal niet de bedoeling. Maar ondanks deze onbewuste nare gedachte werd het, zoals ik al zei, een mooi weekje. Een druk weekje vooral want, naast dat ik mijn moeder en Carolien het project heb laten zien (en zelfs heb ‘laten’ werken) hebben we zo’n beetje heel Nairobi verkend. We hebben 2 kleine sloppenwijken gezien, waar een hoop ‘dayscholars’ van onze school wonen. Zien hoe die mensen leven maakt een grote impact, maar een nog grotere impact maakt het feit dat ze er zo positief onder blijven. Ik voel me bijna schuldig dat ik in mijn eentje in een kamer met betonnen slaap, waar zij evenveel ruimte hebben, omringd door golfplaten, voor misschien wel 5 mensen. Dan nog maar gezwegen over de stank en de rotzooi. Ik heb al vaak geklaagd dat het zo’n bende is op straat, mensen die hun afval maar gewoon laten vallen waar ze staan, maar dit is nog niets in vergelijking met de sloppenwijken. Maar wat moet je dan, als je geen wc hebt, geen geld voor een prullenbak.

Na het zien van de sloppenwijken voelt het toch wel raar om dan toch nog ook even te proeven van de luxe in Nairobi in een typisch Europees restaurant in een van de rijke gebieden van Nairobi. Maar je schuldig voelen heeft dan geen zin, als je daar dan toch zit kan je er beter voor zorgen dat je er ook maar goed van geniet! En dat deden we en met verhalen over het tot stand komen van Bosco Boys leerden we ook nog eens wat.

Verder hebben we een hele dag een bezoek gebracht aan de stad. Het begon met een leuke rit in de matatu, de lokale ‘bussen’ die je bij een bezoek aan Kenia gezien moet hebben. De eerste stop was de ‘Holy Family Church’ een grote, kale, lege kerk, maar toch erg bijzonder om te zien. Vervolgens door naar de ‘Kenyatta International Conference Centre’, een ruim honderd meter hoog gebouw waar je, vanaf het dak, de hele stad kan zien. Erg bijzonder om op deze manier een keer naar Nairobi te kijken. Na deze uitkijk over de stad gingen we, per voet, naar de andere kant van de stad, een flink onderschatte wandeling, waarbij we toch weer een hoop bijzondere dingen hebben gezien. Aan de andere kant van de stad is het Nairobi National Museum waar wij graag even een bezoekje aan wilden geven. Vervolgens zij we, ondanks het feit dat de wandeling de eerste keer verder bleek dan verwacht, als echte diehard toeristen weer teruggelopen naar de andere kan van de stad om vervolgens de matatu weer richting huis te nemen. En zo eindigde ik moe op mijn bed na een lange, leuke en vooral mooie dag.

Maandag 21 november eindigde het bezoek vanuit Holland en werden mijn moeder en Carolien, nog voor zonsopgang, afgezet op het vliegveld. Maar Kenia zou Afrika niet zijn als we op de weg terug naar het project geen telefoontje kregen met het bericht dat de vlucht gecanceld was. Wat een toestand! Gelukkig zorgt KLM goed voor haar passagiers (tig sterren hotel, 3 keer uitgebreid eten, vervoer van en naar vliegveld met taxi) en hoefde ik mij geen zorgen te maken. Ik kon terugkijken op een mooie week!

Dat was het dan, een mooie week, en zoals beloof nu even uitleg over die afvalbak. Waar ik in Nederland altijd heb geleerd mijn bord leeg te eten ‘omdat die kindertjes in Afrika het graag zouden krijgen’ liep ik hier de eerste keer flink tegen de lamp! En natuurlijk was het niet alleen mijn opvoeding die er zo over dacht, ik zelf ook. In het noord-oosten van Kenia sterven er mensen van de honger en hier worden de varkens gevoerd. Want ja, het eten wordt natuurlijk niet zomaar weggegooid. Als je te veel eten hebt dan gooi je dat in de afvalbak, niemand die je raar aankijkt, slechts je geweten die je uitmaakt voor van alles en nog wat, en aan het eind van de avond, of na een paar dagen, wordt je afvalbak naar de varkens gebracht. Ik kijk met groot verlangen uit naar de kerstmaaltijden…

Ik zal ook eens even beschrijven hoe de rest van de ‘supper’ (het avondeten) eruit ziet, want naar mijn weten heb ik dat nog niet gedaan. Deze maand is er voordat supper begint rosary, in verband met de vakantie. Tijdens schoolweken is er studie. Vanuit rosary gaan alle jongens dus, stoeiend schreeuwend en rennend, naar de Dining Hall. Ik heb de keuze tussen mee eten met de brothers, zoals de andere vrijwilligers doen, dat betekend rijst met wat groente en met een beetje geluk wat vlees, of mee eten met de jongens, ugali met sukuma wiki. En dat tweede staat mij dan toch het meeste aan en dus ren ik naar mijn huis, pak een bord (daar kom ik zo op!) en ren, als ze me door willen laten door de keuken en anders rond om het project, naar de Dining Hall. Het frustrerende is dat ik vanuit mijn kamer tegen de keuken aankijk en zo’n beetje de Dining Hall in kan kijken, maar de keuken is de enige korte route en ze hebben niet altijd zin het hek voor mij te openen. Dus dan loop ik om de keuken, langs een van de vier dormrooms, langs twee schoollokalen waar ook weer een hek is die alleen open is tijdens schooluren, naar de hoofdingang van de school waar de enige ingang is. En deze wandeling kost me toch weer 1,5 tot 2 minuten. Maar ik ben in Kenia, mijn horloge is kwijt, ik heb de tijd.

Dan kom ik aan in de Dining Hall, waar het altijd een complete chaos is. Jongens rennen rond, beschermen hun eigen bord, proberen andersmans bord af te pakken omdat ze er zelf geen hebben, of verstoppen hun bord op de meest vreemde plaatsen (van de week stond ik, quasinonchalant, tegen de brandslang aan te leunen toen een van de jongens mij vroeg of ik even aan de kant kon. Vanachter de brandslang haalde hij een bord tevoorschijn, je verzint de meest gekke dingen om je bord veilig te stellen). Want ja, iedereen wordt veronderstelt zijn eigen bord te hebben en als je geen bord heb dan zijn er altijd wel andere bakken die je kan gebruiken of in nood zelfs oude, schoongemaakte verfblikken, zolang je er maar uit kan eten.

In de Dining Hall staan acht tafels, elk bestemd voor één team. Er zijn vier teams, juniors en seniors, wat in totaal acht teams maakt. De teams zijn gemaakt voor een competitie het hele jaar door, waarbij ze voor allerlei dingen, zoals de jobs (werk om het project draaiende te houden zoals vloeren dwijlen of de grasveldjes bijhouden), plus en minpunten krijgen. Het winnende team van juniors en seniors gaan aan het eind van het jaar een paar dagen naar Mombasa (volgende week donderdag al, en de vrijwilligers mogen mee!!).  Terug op de tafels, aan elke tafel zitten dus een stuk of 10 tot 15 jongens.

Dan begint er plotseling iemand boven het geschreeuw van de jongens uit te roepen dat het stil moet worden. Na twee minuten is het dan eindelijk stil en begint meestal een speech over dingen die de jongens tijden de jobs niet goed hebben gedaan of over veranderingen die er de komende dagen plaatsvinden. Vervolgens wordt er een kort gebed gedaan, stel je maar een schietgebedje voor, en breekt de chaos weer los. Het luik van de keuken gaat open, en het keukenpersoneel gooit acht grote bakken met groente met bovenop elke bak een plaat met ugali, elk bestemd voor zijn eigen tafel. De jongens leggen hun bord op tafel en lopen weg om 10 minuten terug te komen en een vol bord te vinden. Eén van de jongens heeft meestal de leiding en verdeelt de groente en ugali over de borden, vrij geordend.

Ik eet niet van de platen van de jongens mee, ook al zou ik dat graag willen, want ik ben toch een beetje bang voor de hygiëne hiervan. De Afrikaanse maag van de jongens is toch wel wat meer gewend dan mijn Europese verwende maagje. Ik geef mijn bord af bij het doorgeefluik en daar wordt, samen met de borden van de brothers, hetzelfde eten opgeschept als de jongens krijgen alleen gaat hier de verdeling er wat hygiënischer aan toe. ‘De brothers?’ hoor ik jullie denken, ‘Die eten toch apart?’. Dat klopt, of eigenlijk, dat klopt deels. ‘s Middags eet de helft van de brothers met de jongens mee, ’s avonds de andere helft. Zodra ik mijn bord heb gekregen ga ik tussen de jongens zitten en eet ik lekker mijn bordje op en maak ondertussen grappen met de jongens, zolang ze maar niet teveel Swahili praten. Een lepel? Niet nodig. Zoals je jongens zeggen; God heeft je schoenen en een lepel gegeven. Wat die ‘schoenen’ onderaan mijn benen betreft, die zijn bij mij nog niet zo ontwikkeld als schoenen zoals bij de jongens, maar die lepel aan het eind van mijn arm werkt prima.

Ik heb nu genoeg geschreven over het eten, bij mijn volgende blogupdate zal ik weer een ander punt van het project uitgebreid proberen te beschrijven. Nu, zoals beloofd, Het volgende punt, een groot feest als dank voor alle sponsors van het project, want dat zijn er een hoop hier in Kenia, grote en kleine. Grote, sponsors die een aantal gebouwtjes hier op het project hebben gesponsord. Kleine, sponsors die het geld voor de scholing en onderdak voor de jongens sponsoren. Na een aantal weken voorbereidingen van de jongens was het dan zo ver, afgelopen zondag 27 november. Het project was versierd met vlaggen in de kleuren van Bosco Boys; geel, groen, blauw en rood. In de Dining Hall, waar normaal zo’n 130 jongens zitten, waren nu stoelen neergezet voor ruim 400 mensen, en het paste. De volgende drie uur waren er allerlei optredens van de jongens. Verschillende stammendansen, een optreden van de band (een klein orkest bestaande uit een stuk of 20 jongens), karate, skate en zelfs acrobatiek. Vooral dit laatste was erg spectaculair. Waar mijn verwachtingen bleven steken bij enkele simpele trucs (die ik overigens niet na zou kunnen doen) zoals handstands, begonnen de jongens met verschillende combinaties. Ik ben niet goed in het beoordelen van turnoefeningen, maar dat een handstand gevolgd door een achterwaartse salto vrij knap is weet ik dan weer wel. En als ze vervolgens piramides van 4 meter hoog maken van slechts zeven man sta ik toch even met open mond te kijken. Helaas kan ik het filmpje hiervan niet op internet zetten, daarvoor is het te groot, maar ik kan jullie vertellen dat het vrij indrukwekkend was!

En om half twee begint dan eindelijk de lunch, het belangrijkste van deze hele dag. Want als je van tevoren aan een van de jongens, de fathers of de brothers vroeg wat deze dag inhield dan was altijd hetzelfde antwoord ‘Uh… Lunch, very good food!’. Iedereen stond in de rij om van de koks, speciaal ingehuurd van buitenaf voor deze lunch, een bord eten te krijgen. De gasten natuurlijk eerst. Om half drie had ik dan eindelijk mijn lunch en ik moet toegeven, het was vrij goed. Na de lunch was het feest alweer afgelopen, de jongens hadden nog de mogelijkheid een praatje te maken met hun sponsors of oud Bosco Boys studenten, maar vanwege de regen waren ze al weer vrij snel in de bibliotheek te vinden. Niet vanwege de boeken daar! Vanwege de tv, die op dit moment overuren draait, het blijven toch Bosco Boys.

Dan ga ik nu wat vertellen over het basketbalveld. Vertellen? Eigenlijk valt er niet zoveel over te vertellen, alleen maar te zien. Ze schieten al flink op en ik heb er het volste vertrouwen in dat het een pracht veld gaat worden. Ik wil graag nog een keer alle sponsors bedanken namens alle jongens! Er komen een hoop jongens naar me toe die mij, een beetje verlegen, bedanken. Ik vraag dan waarvoor en een beetje ontwijkend blijkt dan dat het om het basketbalveld gaat, zodra dit gezegd is komt er een grote glimlach op hun gezicht. Ik vertel ze dan dat ik het geld slechts heb verzameld en dat het geld komt van een hoop mensen uit Nederland. Ze vragen mij dan of ik deze mensen wil bedanken, dus bij deze. Ontzettend bedankt, namens alle jongens hier op het project!

Zoals ik dus al zei, over het basketbalveld kan ik niet zoveel vertellen. De foto’s zijn te zien onder de link onderaan die bericht. Wel kan ik vertellen dat er nu bij mij thuis door de NBB gesponsorde basketballen en shirts liggen bestemd voor het basketbalteam, wat ik van plan ben op te richten in januari, hier op het project. Aan het vervoer wordt nu hard gewerkt, hopelijk lukt dit nog voor december. Bij deze dus nogmaals een oproep, mocht je iemand kennen die komende tijd naar Nairobi vliegt en nog plaats vrij heeft voor enkele lege basketballen of shirts, breng diegene a.u.b. dan in contact met mij!

Dan mijn laatste punt alweer, de paniek van een mogelijk einde van mijn laptop. Want wat ben ik geschrokken. Het was de bedoeling dit bericht woensdag al af te hebben, maar toen ik terugkwam van lunch en achter mijn laptop ging zitten kwam ik tot de ontdekking dan mijn laptop geen stroom kreeg. Geen wonder, er zijn hier vaak stroomuitvallen, dus ik testte even het licht. Maar wat vreemd, het licht deed het gewoon. Misschien lag het aan het stopcontact. Maar ook dat was niet het probleem, mijn mobiel werd gewoon opgeladen. Nu begon de paniek toch wel te groeien, snel zette ik mijn laptop uit om het laatste beetje stroom dat erin zat te sparen. Vervolgens heb ik alles, werkelijk waar alles geprobeerd, maar niets werkte en ik begon het drama langzaam in te zien, mijn adapter is kapot, geen stroom dus meer voor mijn laptop. De paniek heerste en ik heb de father om hulp gevraagd. Hij zou iemand bellen die waarschijnlijk wel een nieuwe adapter kon regelen, maar wat bleek, Samsung is niet zo’n veel gebruikt computermerk in Kenia. Wat nu!? De volgende ochtend, gister, ben ik naar de supermarkt gegaan. De father gaf me vrij weinig kans en ik mijzelf overigens ook. En inderdaad ook daar was geen adapter voor mijn laptop te vinden en een nieuwe laptop kopen, de enige mogelijkheid die ik nog kon bedenken in mijn ‘paniekiteit’, was ook geen mogelijkheid. Vanwege de kleine vraag naar laptops stijgen deze prijzen tot bijna het dubbele van de Nederlandse prijzen. Chagrijnig en geïrriteerd kwam ik weer thuis en had Peter, mijn huisgenoot, gevraagd om zijn laptop te lenen om met thuis te bellen, vragen om advies. Terwijl ik zijn laptop installeerde op mijn kamer zei ik dat ik, uit pure naïviteit toch nog even mijn eigen adapter wilde proberen en dus stak ik die in het stopcontact. En ja! JAA!!! Hoe is het mogelijk?

Dat was het wonder van mijn laptop, een mooi bruggetje naar een wonder dat hier op het project gaat plaatsvinden. Voor de een zal het weinig betekenis hebben, voor de ander een hele hoop, in ieder geval vallen de meeste van de jongens hier op het project onder die tweede groep. En ook al val je onder die tweede groep, het zal je waarschijnlijk niet snel overkomen het mee te maken. Maandag, terwijl jullie in Nederland Sinterklaas vieren met een nep heilige en nep zwarte Pietjes, vier ik het hier in Kenia met een hoop echte ‘zwarte Pietjes’ en een echte heilige. Jullie lezen het goed, een echte heilige. Sinds 2 jaar reist namelijk de hand van st. Don Bosco over heel de wereld om straatjongens op een project als hier de mogelijkheid te bieden zich te zegenen met het aanraken van een heilige. Gister is deze de hand van st. Don Bosco gearriveerd in Nairobi en reist de komende paar dagen de heel Kenia langs verschillende projecten om vervolgens hier op het project te eindigen. En hoewel ik in de hiervoor beschreven eerste groep val vind ik het toch vrij bijzonder om bezoek te krijgen van een relikwie van een man die ooit zo iets goeds heeft opgericht, de Salesianen van Don Bosco.

En zoals ik hiervoor al ergens heb gezegd zijn er hier op het project acht groepen, vier seniors en vier juniors, die het hele jaar doorstrijden om volgende week naar Mombasa te mogen. En zoals ik daarbij heb gezegd mogen de vrijwilligers (en ja, ik val daar natuurlijk ook onder) mee. Deze trip is volgende week donderdag en, zoals jullie kunnen begrijpen, heb ik er ontzettend veel zin in! In mijn volgende update zal ik deze trip uitgebreid beschrijven!

Daarmee heb ik volgens mij genoeg gezegd in mijn update. Maar als jullie vragen hebben over het project vind ik het natuurlijk ontzettend leuk die te beantwoorden! En voor de foto's kunnen jullie op de onderstaande link klikken:
Foto's week 10

Tot horens, lezens of tot over acht maanden dan maar!

Groeten uit een nog steeds herfstachtig Nairobi!

maandag 14 november 2011

Week 8

Eindelijk weer eens een update op mijn blog, leuk dat je ook even mee leest! Veel lees plezier!

En dan nu beginnen met de update, het werd wel weer eens tijd na bijna een maand tijd. Wat zeg ik!? Een maand!? Ja joh! En ik zit hier alweer bijna twee maanden, de tijd vliegt!  En in deze twee maanden heb ik ondertussen ook wel alles gehad. Zo heb ik al 2 flinke dipweken gehad, waarin ik het niet meer zag zitten. Ik ben er ook alweer bovenop gekomen. Ik ben flink ziek geweest, met een gerelateerd ziekenhuisbezoekje. Ik heb zebra’s, giraffen, neushoorns en noem maar op in het wild gezien. En op dit moment heeft de zon mij van top tot teen rood gemaakt.

Zoals ik in mijn vorige update begon over een dipweek die achter te rug zat, kwam de volgende er vlak achterna. Een week na de update begonnen de tranen weer te rollen. Het verschrikkelijkste gevoel hiervan was dat ik die week ervoor dacht erover heen te zijn, niet dus. Toen is het idee ontstaan waar ik de afgelopen twee weken naar uitgekeken heb, morgen komt mijn moeder, samen met Carolien, voor een week langs. Dan kan ik hen het project laten zien, maar natuurlijk ook even uithuilen en weer energie opbouwen voor de komende maanden. Hoewel het voelt alsof er beetje bij klein beetje een energiebron in mijzelf begint te ontstaan. Afijn, ik zat dus in een dipweek. Ik blijf er maar in geloven dat dit te maken had met wat datzelfde weekend bleek. Ziek dus… Zaterdagmiddag buikpijn, dat zal wel overgaan, gewoon ff rustig gaan zitten op het project. Maar rond een uur of vijf begon ik ook koorts te krijgen en terwijl iedereen aan het eten was lag ik, verpakt in 2 dikke lagen, onder de dekens en met een buitentemperatuur van boven de 20 graden, rillend van de kou in mijn bed. De nacht werd er niet veel beter op met darmen die flink op tilt waren geslagen. De volgende dag kwam een van de brothers kijken hoe het met me ging en werd de conclusie gelegd dat ik waarschijnlijk malaria had, malaria pillen slikken dus. Man, wat zijn die heftig! Tijdens een twee uur durende diepe slaap zweet je alles eruit. En dat drie keer per dag, drie dagen lang. Maar na twee keer de pillen geslikt te hebben kwam de volgende morgen de father langs, of ik naar het ziekenhuis wilde. Bleek dat we niet zomaar de malariapillen moesten slikken. Dat laten ze de jongens doen, die zijn daar sterk genoeg voor, maar wij zijn slecht ‘Wazungu’. Dus een tripje richting het ziekenhuis, het duurste in de buurt
Het ziekenhuis ziet er goed uit, lijkt er inderdaad op dat het niet goedkoop is, maar in vergelijking met Nederland is het nog niet veel. Maar ik ben niet in Nederland, dus ik geniet hier van alle verschillen. Daar sta ik dan, alleen in het ziekenhuis. Eerst bij de receptie vertellen wat er aan de hand is, ik word doorverwezen naar een balie aan de andere kant van het ziekenhuis, prima, hakuna matata. Nog een keer het verhaal en dan mijn gegevens invullen en betalen voor een ‘inschrijving’. 1000 shilling. En nu wachten op de dokter. Weer het verhaal vertellen en dan tests. Eerst betalen, 4140 shilling. Dan de tests, eerst bloedprikken, de naalden zijn nieuw dus daar hoef ik me geen zorgen over te maken. En dan nog wat anders, een klein doorzichtig bakje. Niet voor m’n plas, maar dat andere? Wacht, ik begrijp dat woord niet, nee dat woord ook niet. Is er niet een ander woord voor? Ik denk dat ik je begrijp, maar wat als ik nu het verkeerde doe? Dat is nogal gênant. Op de wc? Ja ja, ik begrijp het, denk ik, hoop ik maar.

Nou ik hoefde me gelukkig niet te generen, maar het was toch wel even een moeilijke momentje… Na de tests een uur wachten op de resultaten en een gesprek met de dokter. En gelukkig, het is geen malaria. Slecht een maaginfectie, makkelijk te verhelpen met medicijnen. Die moet ik dan dus maar kopen. Dat is gelukkig niet veel moeite, de apotheek is in de wachtruimte. Maar eerst weer betalen. 480 shilling, maar ik heb maar 300, probleem! Dan moet ik de father maar even bellen om geld te lenen. Geen probleem, het kost alleen weer een hoop tijd, maar ik heb geen horloge, ik heb de tijd. En dan kan ik na bijna 3 uur in het ziekenhuis bijna naar huis, de medicijnen worden binnengehaald en de schade wordt opgesteld. 5620 shilling, gelijk aan een eurootje of 40, daarmee kom ik in Nederland het ziekenhuis nog niet eens in.

Dat was dus mijn eerste, en hopelijk laatste, ziekenhuisavontuur hier. En maak jullie geen zorgen, ik ben er weer helemaal bovenop! En alles dat je niet dood, dat maakt je sterker!

Aangezien mijn reismaatje, Loes, volgende week weggaat, moesten we, de vrijwilligers, toch nog naar een natuurpark met zijn allen. En afgelopen vrijdag was het dan zo ver. Om half vier ’s ochtends, een zeer uitzonderlijke tijd voor mij, ging de wekker. En daar stonden we dan, om zeven uur ’s ochtends, tussen de aapjes bij de ingang van het park. Lake Nakuru, zoals de naam het al zegt, rondom een meer. Er kan er niet zoveel over vertellen, je moet het gewoon mee maken, er g bijzonder! De foto’s zijn hier te zien.

De volgende dag, afgelopen zaterdag, het einde van de basisschool voor groep acht moest gevierd worden. Dat werd goed gedaan door met de hele klas op picknicken te gaan. En als vrijwilliger heb ik het privilege met dit soort dingen mee te mogen, wat ongelooflijk fijn! De picknickplaats was bij een zwembad. Niet een zwembad zoals je dat hier in Nederland zou hebben, erg simpel. Een bad water van 4 bij 10 meter. Maar meer was niet nodig voor de jongens, wat ongelooflijk gaaf om te zien hoe zij zich kunnen vermaken met zo weinig, slechts een paar kuub water. En als uitzondering een geweldige lunch. Dat maken ze misschien maar 3 keer per jaar mee. Ik heb werkelijk waar een geweldige dag gehad, het minpunt kwam achteraf. Uren achter elkaar in het water, in de zon, dat vind mijn huid nog niet zo fijn. Als een rode kreeft loop ik hier nu op het project rond en iedereen maar lachen om deze Mzungu die niet tegen de zon kan. Ach het hoort bij de totale Afrika ervaring.

En dat waren dan de drie grote ‘avonturen’ die ik tot nu toe heb meegemaakt. Verder kan ik jullie vertellen dat sinds vandaag het sponsorgeld erg nuttig besteed wordt. Vandaag is namelijk het opknappen van het basketbalveld begonnen! En daarbij heb ik een vraag! In Nederland heb ik ruim 5000 euro sponsorgeld opgehaald, waarvoor nogmaals ontzettend veel dank allemaal! Hiervan wordt 5000 euro besteed voor het basketbalveld, de overige paar honderd euro worden gespendeerd op basketballen, spelavonden en noem maar op. Nu doet het volgende probleem zich echter voor, het opknappen van het basketbalveld gaat 7000 euro kosten. “Probleem!” Hoor ik jullie denken, maar dat valt nog mee. Aangezien ik in Nederland zo ontzettend goed gesponsord ben heb ik er vertrouwen in dat er nog wel meer mensen zijn die mij willen sponsoren, dus ken je iemand die hierin geïnteresseerd zou kunnen zijn, of ben je misschien zelf geïnteresseerd? Twijfel dan niet langer, het geld is hier hard nodig! Heb je misschien nog een laatste duwtje nodig om over te drempel te komen? twijfel dan niet langer, neem contact met mij op en ik zal zorgen voor een grote duw! Ondertussen zoek ik nog verder naar andere mogelijkheden het opknappen van het basketbalveld te kunnen realiseren.

Maar natuurlijk kan er ook op een andere manier gesponsord worden, wat mij brengt bij tweede vraag! Nadat ik een mail heb gestuurd aan de NBB voor een mogelijkheid het basketbalveld te sponsoren, kreeg ik helaas een negatieve reactie. Echter konden ze mij wel op een andere manier sponsoren, door het beschikbaar stellen van oude materialen zoals basketballen en shirts. Er wordt gekeken hoeveel er beschikbaar is, het enige probleem is het vervoer. Mijn vraag is dus of jullie iemand kennen die in de komende 6 maanden richting Nairobi vliegt en nog ruimte in hun koffer overheeft. Het mooiste zou zijn als het nog voor het eind van dit jaar kan, zodat ik in het nieuwe jaar kan starten met gestructureerd basketbaltraining geven, iets waar het hier nu nog aan ontbreekt.

Maar natuurlijk heb ik deze blog niet alleen maar om nog meer sponsors te werven, het belangrijkste is jullie gewoon even op de hoogte stellen hoe het hier nou gaat, en de sponsors laten zien waar hun geld naartoe is gegaan. En ik kan jullie vertellen, zoals ik aan het begin ook al heb gezegd, het gaat hier met de dag een stukje beter. Wat mij ontzettend veel helpt is de gitaar die ik ruim een maand geleden gekocht heb, een betere aankoop had ik hier niet kunnen doen. Ik speel, net als in Nederland al, nu een hoop, maar in tegenstelling tot wat ik in Nederland deed schrijf ik nu ook eigen liedjes... Wie weet wordt het ooit nog een iets;)

Maar zoals ik dus zei, sponsoren is ook mogelijk zonder te reageren op de twee dringende verzoeken. Zo vind ik het ontzettend fijn af en toe een berichtje vanuit Nederland te ontvangen. Een mailtje is altijd fijn, een berichtje op facebook of, al helemaal goed, een brief! Want ik kan jullie vertellen, brieven uit Nederland komen aan! Een aantal weken geleden heb ik mijn eerste brief ontvangen, deze deed er slechts anderhalve week over. Maar ook moet vermeldt worden dat er een brief vanuit nu al bijna 6 weken onderweg is, het gaat dus niet altijd goed. De eerste brief vanuit Kenia naar Holland is ook al aangekomen, de tweede is nog onderweg, we zullen zien!

Als laatste de link waar alle foto's van mijn afgelopen updates, inclusief de foto's van deze update te vinden zijn;

Dat was weer genoeg voor vandaag,
En dan hopelijk tot horens, lezens of schrijvens!
Groetjes vanuit Kenia!

dinsdag 18 oktober 2011

Maand 1

Nog zeven maanden te gaan! Ik kijk er nu nog wel een beetje naar uit, maar hopelijk wil ik over enkele weken hier niet meer vandaan. Als het zover komt kijk ik nu al op tegen de eerste weken in Nederland! Maar de vierde week in Nairobi ging een stuk gemakkelijker dan week drie. Het is af en toe nog wel moeilijk te accepteren dat ik hier inderdaad nog zeven maanden zit, maar met het vooruitzicht bezoek te krijgen in februari van m’n ouders worden de zeven maanden al verminderd naar nog maar vier maanden en tegen die tijd zit de helft er alweer op en is het nog maar een peulenschilletje!

Maar laat ik nu weer gaan vertellen over de leuke, mooie dingen die op het project gebeuren! En een flinke uitblinker daarin was vrijdagavond. De drie vrijwilligers van het project (twee slowaken, Peter en Tina, en ik) hadden een spellenavond georganiseerd. In totaal hadden we acht spellen bedacht die maximaal twee uur in beslag zouden nemen. Na enkele voorbereidingen was het dan zover, we konden beginnen. Maar al bij het eerste spel bleek dat we de acht spellen niet zouden gaan halen. De jongens waren ontzettend fanatiek en bij elke beslissing die wij maakten was er wel iemand die er tegen in ging. Na drie spellen met als hoogtepunt ‘broodhappen’ (het beroemde koekhappen met als koekvervanger brood!) waren we al dik over de twee uur heen en moest de avond gestopt worden. De rest van de spellen zullen zeker nog wel een andere vrijdagavond aan bod komen. Ik heb er in ieder geval van genoten en volgens mij was dit een ontzettend goed doel voor een (erg) klein deel van de sponsoring. Bedankt voor deze avond sponsoren!

Maar vrijdagavond was nog niet alles, samen met Peter had ik ook een spel voorbereid voor zondagmiddag, tijdens ‘outing’. We hadden bedacht samen met de jongens die op het project bleven ‘capture the flag’ te gaan spelen, een simpel maar ontzettend leuk spel. Maar het mocht niet baten, de film die aanstond leek interessanter dan ons spel. Tenzij wij voor de winnaars snoep zouden hebben ging het spel niet door. Dan maar wachten tot na de film, maar als dan ook nog eens het weer niet mee zit dan zit er niets anders op dan het uit te stellen naar een andere dag.

Want ja, het weer is hier op dit moment niet heel veel beter dan in Nederland. Waar ik verwachtte dag en nacht in korte broek rond te lopen loop ik nu de hele dag in een lange broek en een dikke trui. Want het vriest dan wel niet, maar zo’n 15/20 graden is ook niet erg warm! En als de zon zich dan ook nog verschuilt achter wolken die minimaal 1 keer per dag een regenbui naar beneden laten komen wordt het er niet echt warmer op.

En dan als allerlaatst nog wat foto’s van het project, want ja, ik heb hier al veel aanvragen naar gehad!

Voor nu tot op mijn volgende blog en groetjes vanuit Nairobi!
Jan Jetze

woensdag 12 oktober 2011

Overzicht project

Hallo allemaal!
Even een kort berichtje, want het is natuurlijk een schande dat jullie na drie weken nog steeds niet weten waar ik nou precies woon voor de komende nog resteren 7 maanden!
Dus bij deze een klein overzicht van het project.